Spion voor NATO (deel 9)

coupee's. Het duurde eindeloos voor het logge vliegtuig van de grond kwam. Ik dacht dat we het nooit zouden halen. Hij was underpowered.
Ze brachten mij naar Moskou. Daar werd ik in een geblindeerde auto naar de Lubljanka-gevangenis gebracht. Hier is het hoofdkwartier van de KGB.

Stalen deuren rolden opzij en de wagen reed binnen. Ik zou overgeleverd worden aan de meester-ondervragers van de Russische geheime dienst. Bewakers namen mij over en brachten me in een aparte cel. Eerst werd ik vernederend gevisiteerd en ontsmet. In de gangen, hing een lucht als in een ziekenhuis. Van de ontsmettingsmiddelen.
De volgende dag werd ik bij' een majoor van de KGB gebracht. Dit zou het eerste verhoor worden. Een tolk vertaalde omdat de officier geen Engels sprak.

Meteen richtte ik mij tot de tolk: 'Wilt u de majoor vertellen dat ik een klacht bij mijn ambassade wil indienen. Wij zijn gewone toeristen. Wij zijn naar uw land gekomen om het grote Sowjet-volk te leren kennen. Omdat we vrienden van Rusland zijn. Wij hadden goede bedoelingen. En u behandelt ons als gewone misdadigers. Dit hoeven wij niet te nemen. Ik zal niet verder met u praten voordat ik met de ambassade gesproken heb. Dank u.' Nadat de tolk het verhaaltje vertaald had keek de majoor uiterst beteuterd. Daarna begon hij opgewonden' tegen de tolk te praten. Deze vertaalde ongeveer het volgende: Het speet majoor Klimow dat er fouten gemaakt waren door mensen die niet van zijn afdeling waren. Maar deze zouden gestraft worden. Ik moest alleen enkele routinevragen beantwoorden. Dat had mijn reisgenoot ook al gedaan. En die wachtte nu in het hotel op mij. Het was niet nodig dat wij de ambassade belden want we hadden niets te vrezen. Maar ik moest wel meewerken.

Tijdens het hele verhaal had ik mooi dromerig naar buiten gekeken. Zodat de tolk en de majoor wat schichtig werden. Toen de vragen begonnen hield ik mi n' kaken stijf op elkaar. De grote dichtklap was begonnen. Ik wist dat dit de enige methode was om tijd te rekken. Helemaal niets zeggen. Zogenaamd kwaad zijn. Anders ging je jezelf toch op subtiele punten tegenspreken. En daar voelde ik niet voor.

Maar het was nu wel meteen duidelijk dat ik getraind was in verhoortechnieken. Het was dan ook begrijpelijk dat ik korte tijd later in de brain-wash cel gestopt werd.

Het was een kleine, wit bezegelde cel. Van nog geen meter in het vierkant. Ik werd hier helemaal naakt ingeduwd. Het leek net een koelkast met al die witte tegels op de grond. Langs al de muren tot aan het plafond. En ook op het plafond zelf Maar het was er bloedheet. Want aan het plafond hing een sterke lamp. Achter gaas. Die brandde dag en nacht. Door de weerkaatsing van de muren was het licht vreselijk schel. Zelfs als ik mijn ogen stijf dicht klemde. Nooit heb ik licht zo gehaat als in de cel in Lubljanka. Ik wist niet meer of het dag of nacht was. Eindeloos lieten ze mij wegrotten. Door een luikje in de muur werd drie maal per dag een soort slijmerig vocht naar binnen geschoven. Eerst kotste ik daarvan, maar later slurpte ik het met smaak naar binnen. Maar niemand sprak met mij. Ik zag niemand. Als ik tegen de deur trapte kwam er geen antwoord. We hadden een hele tijd in de lift naar beneden gezeten toen ik gebracht was. Daarna moesten we door een lange flauw verlichte gang waar geen eind aan kwam. Ik zat nu mijlen van de bewoonde wereld af. Nergens waren mensen die mij konden horen.

Na vier dagen begonnen de verhoren. Al die tijd had ik vrijwel niet geslapen. Omdat je je in de cel niet kon uitstrekken. En door dat vervloekte licht. Daardoor was ik helemaal uitgeput. Ook had ik al die tijd niet rechtop kunnen staan. Want het celletje was maar anderhalve meter hoog. Toen ik voor het eerst weer op de gang wankelde ik. Daarom moesten ze me slepen. Ik was maal verzwakt. Had een baard van een week. En ik h lid vreselijk last van mijn darmen.

We liepen weer door de eindeloze gang naar een klein muf vertrekje. Ik moest op een houten krukje zitten. Onder een schelle lamp. Om mij heen was alles donker. Uit de duisternis kwam ineens een stem.

'Jij bent Evert Berthold Reydon?' Uiteraard wist de man dat ik Reydon was. Deze stomme vraag werd alleen gesteld om de eerste woorden los te krijgen. De man wilde alleen een gesprek beginnen. Als ik nu antwoordde was het moeilijker straks te zwijgen, Ik begon dus meteen met stemmetje te spelen. Meteen begreep de ondervrager welk spel ik speelde. Hij lachte en ging verder: Wij kennen je techniek. Het is het duidelijkste bewijs voor ons dat je een beroepsspion bent. Ze hebben je dit bij je opleiding geleerd. Dat doen wij hier ook, je weet ook wel dat je jezelf zo verraadt. Dat je beroeps bent. Maar dat is beter dan verspreken hé? En makkelijker.' Ik had duf voor me uit gekeken. Net of ik niets hoorde. Hij zei: 'Ik weet natuurlijk dat je doet alsof je niets hoort. Maar dat is onmogelijk. je hoort alles. Dat weet ik. En je weet dat ik het weet. Doe maar geen moeite. Dat kan je toch niet lang vol houden. Je vriend heeft al gesproken. Die was verstandig. Wil je niet weten of ze thuis al hebben gehoord dat je gepakt bent? Wat we met jullie gaan doen? Hoe je je leven nog kunt redden?

Ik gaapte. Rekte mij uit. Gaf hierbij een zwieperd tegen de lamp. Het licht viel op de Rus. Het was een oude baas. Rustig. Hij zat makkelijk een pijp te roken. Magorka tabak. Daardoor rook het hier zo scherp. Hij had veel grijs haar en een dikke snor. Dit was Besuchow. De meesterondervrager van de KGB. Hoeveel foto's hadden ze mij niet van hem laten zien? Eindeloos bleef hij doorpraten. De kamer was lekker warm. Ik werd doezelig. Besuchow had een vreemde zangerige stem. Daarvan raakte je bedwelmd. Ik ging nadenken over wat hij zei. Dat was fout. Ik moest me afsluiten. Dat ze geen vat op me hadden. Anders was ik verloren. Toen ging ik debielig doen. Daar kunnen ze niet tegen. Ik liet mijn onderkaak een stukje scheef naar beneden zakken. Mijn mond hing zo half open. Mijn dikke tong kwam een stukje naar buiten. Ik begon zacht knikkende beweginkjes te maken. Een uur lang. Onderwijl staarde ik met een wezenloze blik voor mij op de grond. Toen werd Besuchow afgelost, De volgende ondervrager ging op dezelfde manier door, Zes uur lang. Steeds werden dezelfde vragen gesteld, Vragen zonder betekenis, Onbenullige vragen. Soms wel honderd keer dezelfde vraag. Maar ook gemene vragen ertussendoor. Waar ie meteen impulsief op wilde reageren. Of het waar was dat ik een jaar in de gevangenis had gezeten. Voor diefstal. Of ik een ontwenningskuur had gedaan voor opium. Of ik homo was. Waarom ik steeds in mijn cel masturbeerde. Vragen die nergens op sloegen. Alleen om me uit mijn tent te lokken. Besuchow kon wel een half uur achter elkaar om hetzelfde punt heen draaien. De anderen hadden iets minder geduld. Later kwam Besuchow terug. Om het weer over te nemen, Weer later werd ik door een vrouw onder handen genomen.

Dat was wel rot. Want ik zat spiernaakt voor mijn ondervragers. Zo gingen wij dagen achter elkaar door. Op onregelmatige tijden werd ik terug gebracht naar het hokje. Hier kon ik 'bijkomen'. Maar soms kwamen ze me tien seconden later alweer halen. Soms een half uur later. Ik raakte steeds meer uitgeput. En verzwakt door gebrek aan slaap. Ging over mijn hele lichaam rillen. Soms lazerde ik van het krukje. Dan kreeg ik een emmer ijswater over mijn naakte lichaam, Daar kwam ik niet altijd van bij en dan moesten ze mij wel even laten liggen. Mijn redding was het debiele gedrag. Misschien was ik echt ingestort. Wisten zij veel? Ik deed het immers ook bij de bewakers. En in mijn cel, Want ik werd aldoor bekeken, Ik moest ze laten denken dat ik leip werd, Drie weken lang werd ik de hele tijd verhoord. Toen hadden ze er balen van.

Ik mocht helemaal niet meer slapen. Vier dagen werd ik achter elkaar verhoord, Zonder onderbreking, Als ik weg doezelde werd ik wakker gehouden. Met koud water. Korte ritmische slagen in mijn gezicht. Luide stemmen. Maar ik was gevoelloos geworden. Mijn lichaam leek te zweven, Toch waren mijn benen en armen loodzwaar. Ik kon ze niet meer bewegen. Om mijn hoofd leek een strakke metalen band gesnoerd. De vijfde dag werd ik uit de verhoorcel gesleurd. Ze brachten mij naar een grote kale kamer aan het eind van de lange gang.

ken op het proces. Voor de wereldpers. Het was een onderdeel van de afspraak dat ik hooguit vijftien jaar zo krijgen. Want ze zouden mij behandelen als een spion eerste categorie. Tweede categorie is doodstraf of levens lang. Na twee jaar zou ik misschien uitgewisseld worde werd mij verteld. Op deze deal had ik zitten wachten. Het was een gewone zakelijke overeenkomst. Voor de vorm las ik de prachtig uitgewerkte bekentenis. Die werd later in het vonnis genoemd. Stond ook in alle kranten. Het was een mooi verhaal. Om mij heen golfden de muren heen en weer. Gezichten namen vreemde vormen aan. Op de grond was een tapijt van bewegend gras. Met loodzware kwabbige handen tekende ik tweehonderd vol getypte vellen. Ik moest ieder vel afzonderlijk tekenen. Met een ballpoint. Want het was in drievoud met carbonpapier getikt.

Toen het in Nederland bij de dienst bekend werd dat het fout zat werd de gewone procedure gevolgd. Op 11 september werd de Ambassade der Nederlanden te Moskou door het Ministerie van Buitenlandse Zaken gecontact. Met het verzoek of ze ons op wilden sporen langs de gebruikelijke diplomatieke kanalen. Onze reisroute werd opgegeven. Op 12 september nam onze Ambassadeur contact op met de consulaire directie van Minidjel (het Ministerie van Buitenlandse Zaken der U.S.S.R.). Op 13 en 15 september klopten ze aan bij Intourist en toen alles (uiteraard) zonder resultaat bleef werd het verzoek tot opsporing op 18 september bij Minidjel herhaald. Alle pogingen bleven zonder resultaat. Logisch. We hadden toen nog geen deal met de KGB gesloten, dus de wereldpers moest nog even wachten. Maar op 20 september werd onze Ambassadeur in Moskou op Minidjel ontboden waar hij van de chef der Eerste Europese Afdeling te horen kreeg dat wij gepakt waren in Oezjgorod en wel op 20 augustus 1961. Verdacht van spionage. Zodoende. Er werd bij verteld dat we alles bekend hadden, dat we voor NATO werkten. Overal geheime bases hadden gefotografeerd. En vliegvelden. En havens. De volgende nota werd overhandig :

Door de competente Sowjet-Russische diensten is vastgesteld, dat de op 21 juli j.l. in de Sowjet-Unie gearriveerde Nederlandse toeristen, Evert REYDON, en Louw DE JAGER, die per auto een toeristenreis maakten via de route: Oezjgorod-Ljwow-Odessa-Yalta-Charkow-Kiew-Lwow-Oezjgorod, zich bezighielden met het verzamelen van inlichtingengegevens.

Op 21 augustus j.l. werden REDYON en DE JAGER gearresteerd in het gebied van de Transkarpatische Oblasj. Daarbij werden bij hen aangetroffen technische middelen voor het voeren van visuele verkenning en het fotograferen van militaire objecten, alsmede een aantekenboekje en vele films, die zij bewaarden in speciaal daarvoor geschikt gemaakte zwembroekjes.
Op de films en in het aantekenboekje bevinden zich gegevens van verkenningsaard.

REYDON en DE JAGER hebben aangetoond, dat zij naar het grondgebied van de U.S.S.R. zijn gekomen in opdracht van de Nederlandse Inlichtingen Dienst voor het verzamelen van Spionagegegevens ten behoeve van de N.A.T.0" samen met vertegenwoordigers waarvan men hen instrueerde in Amsterdam aan de vooravond van hun vertrek naar de Sowjet- Unie.

REYDON en DE JAGER gaven toe, dat zij, door het verzamelen van gegevens van intelligence aard, hebben gehandeld met schending van Sowjet-Russische wetten.

Het onderzoek in de zaak REYDON en DE JAGER wordt voort gezet.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken der U.S.S.R. vestigt de aandacht van de Ambassade der Nederlanden op het feit, dat de Nederlandse Inlichtingen Diensten het toerisme gebruiken voor het bedrijven van spionage op het grondgebied van de U.S.S.R.

In verband hiermede brengt het Ministerie van Buitenlandse zaken der U.S.S.R. overeenkomstig de opdracht een protest uit en dringt aan op het nemen door de Nederlandse Regering van onmiddellijke maatregelen, om niet toe te laten dat het toerisme gebruikt wordt voor verkenningsdoeleinden op het grondgebied van de U.S.S.R.

De Ambassadeur zei, dat hij de inhoud van de verklaring zou overbrengen aan de Nederlandse Regering.

Uitdrukkelijk verklaarde hij dat de Nederlandse Regering volkomen onbekend was met het feit dat wij überhaupt in de Sowjet-Unie waren. Maar dat als er inderdaad Nederlandse toeristen in de Sowjet-Unie gevangen zaten de Ambassade erop stond bijstand te verlenen.

Op 21 september werd onze arrestatie eindelijk in de Sowjet pers bekend gemaakt. Dat was één dag nadat wij de 'deal' met de KGB gesloten hadden. De inhoud van de krantenberichten welke wij later in handen kregen kwam ongeveer overeen met de 'bekentenis' die wij voor de KGB hadden getekend en die het uitgangspunt van onze deal vormde.

Als voorbeeld hier een artikel dat op de voorpagina van de Iswestia verscheen:

DE SLAGBOOM IS NEER

De auto 'Renault', beurtelings bestuurd door 2 Hollandse - Evert Reydon en Louw de Jager - passeerde de slagboom aan de grens niet, hoewel iemand in Amsterdam op hun terugkeer van de tournee in de Sowjet-Unie wachtte. Het eerste berichtje over het verblijf van de 'toeristen' gaven de Sowjet kranten.

En ineens begonnen de telexapparaten van buitenlandse agentschappen te ratelen. Zij hadden de mededeling van Tass ontvangen over het arresteren van Reydon en De jager, welke zich in de Sowjet-Unie bezighielden met het verzamelen van spionagegegevens en in hun kraag werden gegrepen.

De correspondent van het agentschap Reuter deelde direct uit den Haag aan Londen mee:

'Er was de Hollandse regering niets bekend over het verblijf van de heren De jager en Reydon in Rusland tot 11 september van dit jaar, toen de stiefvader van De Jager, die geen enkel bericht van hem had, zich om opheldering tot haar wendde.

De pleegvader van Louw de jager - de burgemeester van Metslawier - Frans Sytsma, begon zich te laat ongerust te maken over het lot van zijn zoon. Dit had hij moeten doen voordat Louw, die zich in de Chinese Volksrepubliek bevond, zijn eerste spionageopdracht van de spion Van Maurik uitvoerde.

Meer uitputtende gegevens over Uw zoon, Heer Burgemeester, zou Van Maurik U kunnen geven. Zijn telefoonnummer in Amsterdam was tot de laatste tijd 128997 en ontmoetingen spreekt hij gewoonlijk af in een café in de straat Nieuwendijk.

Maar nu, zo komt het ons voor, is de tijd gekomen om uitvoeriger de spionagebiografie van Evert Reydon en Louw de jager te verhalen.

De scheepvaartwerktuigkundige Evert Berthold Reydon wisselde in korte tijd zeer veel van schip. De kwestie is, dat hij als regel slechts op schepen in dienst trad, die naar Sowjet havens gingen en direct na terugkeer daarvan afmonsterde. Voor velen onverwachts, werd hij opzichter in de Amsterdamse haven.

Alles begon in 1957, toen hij (Reydon) zich ging organiseren voor werk, via de vakvereniging van verenigd personeel van een koopvaardijvloot (SKR). De vakverenigingsbons Van den Knaap bracht hem in kennis met een man, die Reydon ronduit de raad gaf om zich bezig te houden 'met iets verbonden met risico' en maakte doorzichtig de toespeling, 'dit heeft betrekking op het communisme'.

En Reydon kwam ter beschikking van Nadort, een stevig gebouwde grote man van een jaar Of 45. Deze maakte de plaatsing van Reydon op verschillende koopvaardijschepen in orde, maar onder één voorwaarde: spionageopdrachten uit te voeren. Wat voor spionage? Dit kwam Reydon pas toevallig te weten na zijn terugkeer van de tweede spionagereis.

De eerste keer voer hij op het schip 'Paloma' met een lading wol naar de Sowjet haven Klajpeda. Daar slaagde Reydon erin vanuit de patrijspoort van zijn kajuit met het fototoestel Robot een duikboot en andere objecten te fotograferen, en buiten het programma om maakte hij op de terugreis foto's van de haven van Gdansk in Polen. Nauwelijks was het schip teruggekeerd in Rotterdam of Nadort verscheen in de kajuit van de machinist, nam de films en eiste bij elke foto een uitvoerige beschrijving. Op de volgende reis ging de 'Paloma' naar Ventspils. Op weg naar deze Sowjet haven fotografeerde Reydon opnieuw oorlogsschepen vanuit een patrijspoort. Toen de 'Paloma' naar Vlissingen terugkeerde was Nadort daar al. Hij toonde de afdrukjes van de eerste reis en riep uit: 'Met deze foto's zal men zeer blij zijn in Parijs!' Reydon begreep voor wie hij werkte: In Parijs bevindt zich het stafkwartier van de NATO.

Men veranderde van schepen, men veranderde van havens. Reydon ging op de'Hunze'naar Mezenj in de Witte Zee. Op de terugreis ontmoette een Engelsman hem in Liverpool, en op het wachtwoord 'Groeten van Henk' gaf Reydon de films aan hem.

De volgende reis op het schip 'Aries' was naar Archangelsk. Reydon nam oorlogsschepen en haveninstallaties in zijn lens. Hij was uiteindelijk overtuigt geraakt, dat zijn lot nu geheel afhing van de NATO-spionage en poogde op de een of andere manier zijn onverzadiglijke 'bazen' tevreden te stellen.

Reydon, die al de spionage-roepnaam 'Reynders' had, kwam uiteindelijk geheel terecht bij de spionage.

Spoedig wisselden de 'chefs' van Reydon. Aanvankelijk was dit Van Maurik, en vervolgens Otto. Otto beloofde Reydon-Reynders te zetten op het schip 'Elizabeth', dat regelmatig reizen maakte tussen Stockholm en Leningrad, maar stelde hem voorlopig voor om als opzichter in de Amsterdamse haven te gaan werken. Het verschil in salaris betaalde Otto regelmatig uit, De 'degradatie' in dienst werd daardoor verklaard, dat men Reydon voorbereidde op een 'toeristische' reis door de Sowjet-Unie, en daarvoor was een overeenkomstige training vereist.

In het café in de straat Nieuwendijk werd dikwijls voor vreemde ontmoetingen afgesproken. Hier liet men in een aparte kamer Reydon kennismaken met geheime elektronische apparatuur en men onderhandelde over volgende reizen, Deze keer komt tezamen met Otto een stevige kleine Amerikaan in een groen pak in het café, In zijn das was een dasspeld met de letter 'K'. De onder geschikten noemden hem Karl. Hij stelde Reydon ook voor om getweeën met een 'passende partner' een reis door de Sowjet-Unie te maken door bemiddeling van het reisbureau 'Muller'. Reydon twijfelde er helemaal niet aan of dit een spionage reis zou zijn.

Een passende partner bleek Louw de Jager, waarmee Van Maurik Reydon liet kennismaken op de volgende dag in het zelfde safe.

De jonge avonturier Louw de Jager was leerling op de Zeevaart school. De toekomstige stuurman bij de grote vaart was volgens de overeenkomst al een spion, hoewel zijn 'kapitein', Van Maurik, op het droge bleef. Op zijn eerste reis, op het schip de 'Ommenkerk' naar de Volksrepubliek China, nam De jager in opdracht van Van Maurik met een apparaat Retinette zorgvuldig de haven van Sjanghai, oorlogsschepen, schreef hun herkenningstekens op, en ging terloops na wie van de manschappen van het schip in opium handelden. Ook dit interesseerde Van Maurik.

Spoedig na terugkeer verwierf hij de Renault en verklaarde aan al zijn bekenden dat hij van plan was een grote toeristische reis te gaan maken, Weliswaar preciseerde hij niet dat Van Maurik de reis naar de U.S.S.R. voorbereidde en financierde.

De zeespionnen Reydon en De jager begonnen hun trainingen op het droge: In de Renault snelden ze langs de wegen van Holland, al rijdende fotograferend en dagboeken bijhoudend.

Achter hen aan volgden voortdurend de auto's van de examinatoren - Otto, Van Maurik en Nieboer.

Men bracht Reydon en De Jager naar een haven. Na 2-3 minutennaar een schip gekeken te hebben, moesten ze zich omdraaien en het type ervan beschreven, het aantal kanonnen, hun kaliber, hun kenmerken, aanwezigheid van radarinstallaties Enige keren ontmoetten Reydon en de Jager elkaar thuis en bespraken uitvoerig de spionage opdrachten.

De tijd om op reis te gaan kwam nader. Van Maurik had de Jager 5100 gulden gegeven, 50 films van het Engelse merk Ilford, sterke kijkers, 4 fotoapparaten, reserve onderdelen voor de auto. Vervolgens werd een route vastgesteld. De Jager betaalde het geld aan het reisbureau en maakte zijn rijbewijs in orde.

Steeds frequenter waren Amerikanen aanwezig bij gesprekken en instructies. Zij gaven de laatste instructies.

Het slot gesprek in het safe duurde een hele dag. Men verklaarde de 'toeristen', hoe zij opslagplaatsen en wijze van transport van vloeibare raketbrandstof konden herkennen en men bestudeerde nog eens de aangegeven afwijkingen van de vastgestelde reisroute op het gebied van de Sowjet Unie.

Het was een dag in juli toen de Renault op weg ging. Uit Amsterdam, via Utrecht en Arnhem, arriveerde hij in de Duitse Bondsrepubliek en ging vervolgens dwars door Tsjecho-Slowakije. Daar maakten de 'toeristen' al op eigen initiatief foto's van intelligence-aard. Niet ver van Oezjgorod werd nu voor de auto van de 'toeristen' gastvrij de slagboom aan de grens geopend. Niet alleen Hollanders, maar ook Fransen ' Duitsers, Italianen, gingen de Sowjet Unie bekijken.

De reisroute was lang. Van Oezjgorod moesten Reydon en De jager via Ljwow, Kiew en Charkow in Yalta komen en vandaar met de boot naar Odessa oversteken en vervolgens terugkeren via Kiew en Oezjgorod. Er bleef voor de reizigers geen tijd over om te genieten van de schoonheid van de natuur. En om met het leven van de Sowjet-mensen kennis te maken. Koortsachtig klikten zij met sluiters van fotoapparaten, telden de wielen van tankwagens bepaalden de doorsnede van buizen en de richting van olieleidingen, bepaalden de plaats van bruggen en radiostations, militaire onderdelen en vliegvelden. Elke avond opgesloten in hun hotelkamer en met het draagbare radio-ontvangtoestel aan, brachten de toeristen hun vluchtige aantekeningen in een uitvoerig spionage-dagboek over, verborgen het in een dubbele zwembroek, verbrandden de kladjes en gooiden de as in de wc. Het spionage-dagboek was een bonte verzameling van verschillende aantekeningen.
230 km radar mast links.
232 km viaduct.
248 km vliegveld rechts.
En ineens: 'De Russen hebben een groot hart en willen geen oorlog'.

Niet ver van Poltawa ontmoetten zij landgenoten, Hollanders, die vol indrukken naar huis terugkeerden. Zij praatten enkele minuten met elkaar en gingen uit elkaar als studenten (de Hollanders van de vorige zin) van een of ander religieuze onderwijsinstelling, dachten zij aan de architectuur van kerken, maar de gewezen zeelieden keken in hun sterke kijker, om te zien of er ook een vliegveld in de buurt was.

De spionnen-reizigers waren zeer op hun hoede, maar hun trucjes had men bijtijds door en de Tsjekisten namen de Hollandse spionnen onder observatie.

Veel vreemds merkten zij in het gedrag van de 'toeristen'. Zowel de heimelijke opnamen van de haven in Sebastopolj, als de voortdurende pogingen om te verdwalen in de buurt van defensieve objecten, kortom, dat wat gewone toeristen niet overkomt.

Het einde van de reis naderde. Reydon en De Jager waren tevreden met de resultaten. Tientallen films waren opgenomen en honderden aantekeningen gemaakt. Het is duidelijk, ook deze keer 'zullen ze in Parijs tevreden zijn'. In Kiew werden de laatste kladjes verbrand en in het riool gegooid, de films werden netjes in de fabrieksverpakking gedaan en zorgvuldig met een speciale lijm dichtgeplakt. Ze zagen er zo uit alsof ze nooit in een fototoestel waren geweest. Aan de grens zou niemand er dus aandacht aan schenken.

Steeds naderbij komt de gewenste grens. Van Maurik, Otto, de heren Amerikanen wachten zeker vol ongeduld op de terugkeer van hun pupillen. Daar is Oezjgorod, daarna de gestreepte grensslagboom. En plotseling verzocht men De jager bij de douane te komen. De spionagedagboeken kwamen uit de dubbele zwembroeken voor de dag.

Voor hen werd op deze dag de grensslagboom niet opgeheven. Voor spionnen is hij altijd neer!!
W. Kitajin
W. Nakarjakow.

Nadat het bericht in de pers verschenen was heeft de Nederlandse Regering meteen gerepliceerd dat ze tot 11 september volstrekt onkundig was van ons verblijf in de Sowjet Unie. Op 22 september heeft de Ambassade aan Minidjel verzocht te worden ingelicht over onze verblijfplaats. En of ze contact met ons mochten opnemen. Daar werd om gelachen. Toen volgde op 23 september het protest van onze tijdelijke zaakgelastigde in opdracht der regering, bij de Chef der Eerste Europese Afdeling van Minidjel. Dit protest werd mondeling afgewezen. Op het herhaald verzoek tot toelating werd het antwoord gegeven dat eerst de instructie der zaak zou moeten zijn voltooid.

Minidjel liet de regering weten dat ze verder nog wel zouden horen hoe het zou lopen, maar er werd daarna nooit meer iets van ze gehoord. Toen volgde Op 27 september een protest van de regering, door de tijdelijk zaakgelastigde overhandigd (onze Ambassadeur was teruggeroepen). Het werd overhandigd aan de Secretaris Generaal van Minidjel en er werd geprotesteerd tegen het feit dat er geen toestemming was verleend om iemand van de Ambassade bij ons in de cel te laten. De Ambassade had vreselijk de pest in dat ze volledig door de Russische autoriteiten werd genegeerd. Al deze contacten over en weer zijn een voorbeeld van het standaard-diplomatieke contact in spionagezaken. Onder de oppervlakte weten beide betrokken partijen natuurlijk heel goed hoe de vork in de steel zit en de nota's worden op party's door de wederzijdse regeringen lachend besproken. Onder de hand werden wij lekker gemarteld.

Op alle demarches werd dus een ontwijkend antwoord gegeven. Op 28 september vernam de Ambassade van een in Moskou werkende journalist dat de persafdeling van Minidjel de buitenlandse journalisten in de U.S.S.R. had verteld dat wij op 4 en 5 oktober te Kiew zouden worden berecht. De KGB had toen de uitgebreide bekentenis voor ons al uitgewerkt en onze rol in het proces afgebakend.

Op 29 september werd de Russische Ambassadeur in den Haag, Ponomarenko, bij minister Luns ontboden in verband met onze arrestatie in de Sowjet Unie. Minister Luns heeft er toen zijn verwondering over uitgesproken dat ondanks 5 demarches van onze Ambassade in Moskou aan de regering nooit opheldering is verstrekt omtrent de reden van arrestatie terwijl ook geen enkel contact werd toegestaan. Minister Luns was woedend dat de Nederlandse autoriteiten via de pers hebben moeten vernemen dat wij op 4 en 5 oktober terecht zouden moeten staan en hij wilde uitdrukkelijk voor 4 oktober officieel worden ingelicht omtrent de gronden van de arrestatie. De Russische Ambassadeur beloofde plechtig dat hij dit protest zou over brengen aan zijn regering. Op 30 september bezocht onze Ambassadeur in Moskou de heer Gromyko, de Russische Minister van Buitenlandse Zaken, en overhandigde hem een protest van de Nederlandse Regering. De inhoud van het protest was voornamelijk dat de Ambassade woedend was dat ze helemaal overal buiten werd gelaten en niet werd ingelicht over onze arrestatie, over de gronden van de dagvaarding en dat er niemand van de Ambassade bij ons toe werd gelaten. Het antwoord was dat Nederland geen spionnen naar de Sowjet Unie moest sturen. Over het feit dat de regering de data voor het proces via de pers had moeten vernemen liet de Minister zich niet uit. De Ambassadeur heeft er toen nog even op gewezen dat als de data voor het proces, die hij uit de pers had vernomen, juist waren, er nog maar heel weinig tijd was voor consulaire en juridische bijstand, zodat spoed geboden was. Hierop antwoordde Gromyko weer dat Nederland geen spionnen naar de Sowjet Unie moest sturen.

Voor het proces moesten we terug naar Kiew. Omdat we in dat district gepakt waren. Later kwamen we in Moskou nog voor het Opperste Gerechtshof van de U.S.S.R. Het bleek ons dat de Nederlandse regering ook een mannetje gestuurd had.

OP 3 oktober vertrok uit Moskou de Eerste Ambassade Secretaris, de Heer Kalop naar Kiew om het proces bij te wonen (de Heer Kalop is nu ergens Ambassadeur). Hier aangekomen bezocht Kalop meteen de Oekrainse Minister van Buitenlandse Zaken die hem vriendelijk ontving, met de mededeling dat het jammer was dat hij zo laat was omdat hij ons nu geen bezoek meer zou kunnen brengen. Het proces zou de volgende ochtend in de vroege morgenuren beginnen. De Minister kon nog niet vertellen of het proces voor een civiel of voor een militair gerechtshof zou worden behandeld. Toen Kalop vroeg naar de bijzonderheden over de tenlastelegging vertelde de Minister dat hij dat de volgende dag op het proces wel zou vernemen. Aan het eind van de dag bleek, dat de in Kiew verzamelde journalisten al waren ingelicht dat het proces zou worden gevoerd voor het tribunaal van het Militair District Kiew in het gebouw van het Opperste Gerechtshof. De visa voor de Nederlandse journalisten, die het proces hadden willen bijwonen werden niet tijdig verstrekt, zodat er maar twee Nederlandse journalisten (die permanent in Moskou gevestigd waren) aanwezig waren. Hierbij was één verslaggever van De Waarheid., Uit Moskou waren verder 20 buitenlandse journalisten, overgekomen met een door de persafdeling van Minidjel gecharterd vliegtuig, en onder begeleiding van een ambtenaar van die afdeling. Het was steeds zo dat de journalisten van alles eerder in kennis gesteld werden dan onze officiële regeringsorganen. Dat was natuurlijk bedoeld als grapje.

Al deze gegevens zijn geput uit een dik, geheim boekwerk. Het rapport 'REYDON EN DE JAGER'. Dat werd uitgereikt aan de leden der Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal van Nederland. Het fijne stond er uiteraard niet in. Dat was de bedoeling niet. We waren gewoon de arme toeristen die op zo merkwaardige wijze met de Russische Geheime Dienst in de clinch waren geraakt.

Het proces werd uiteraard een schijnvertoning. Wij hadden immers beloofd mee te werken. Het gaf een lekkere ontspanning toen wij allen samen leken te werken. Na de deal. We namen eindeloos al de gegevens door welke kolonel Besuchow ons voorlegde. Leerden hele rollen uit ons hoofd, als voor een toneelstuk. Wat we zouden zeggen op het proces stond allemaal precies vast. Tot het laatste woord toe. Wij -moesten alles helemaal uit ons hoofd leren. We mochten geen enkel woord zeggen wat niet van tevoren was geleerd. Dat was allemaal afgesproken met de KGB. Toen alles helemaal gerepeteerd was volgde twee keer een generale repetitie in het procesgebouw. Wij moesten in de verdachtenbanken gaan zitten. Achter de groene tafel zaten officieren van de KGB, in de zaal de getuigen en tolken. Het leek net een generale repetitie voor een toneelstuk. We hebben toen wel gelachen. Soms sloegen we zo door dat we door het dolle heen raakten. Door de rechtszaal renden, achter de groene tafel gingen zitten, met de KGB en SMERSJ-officieren ravotten, ons belachelijk aanstelden. Dat kwaal van de spanning. De Russen lieten ons maar. Speelden gewoon mee. Intussen wisten wij dat de KGB ons juist nu goed in de gaten hield, ieder woord dat wij spraken werd opgevangen door de tolken. Het was dodelijke ernst. Ook was het opvallend dat De jager en ik nooit alleen waren, zoveel mogelijk uit elkaar werden gehouden. Maar als het nodig was dat we bij elkaar kwamen waren er altijd de tolken die ieder woord noteerden. En alles ook nog op de band opnamen. Het 'echte' proces is uitvoerig in de wereldpers beschreven. Wat nergens gezegd werd was dat buiten veertien KGB-agenten in werkkleding met drilboren onder de geopende ramen stonden. Als we uit onze rol waren gevallen had de KGB de straat open gebroken. Ook zou de versterkingsinstallatie dan uitvallen. Zodat we helemaal onverstaanbaar zouden zijn. Dat hebben ze er bij ons goed ingehamerd.
Na het proces werd mij in mijn cel in Lubljanka een Engelse vertaling van het vonnis gebracht.

VONNIS

In naam van de Unie van Socialistische Sowjet Republieken.

5 oktober 1961. Het militaire tribunaal van het Kiew Militait District in de samenstelling : President-Generaal-Majoor van Justitie ARCHIPOWITSJ ; Volkassensoren-Kolonel SJAPOWALOW ; Luitenant van de Genie KONDRASJOW ; Griffier-Majoor van Justitie KROSJKIN, met deelneming van de vertegenwoordiger van het procuraat fiscaal - de militair-procureur van het Kiew Militair District, Generaal-Majoor van Justitie LITOWTSJENKO en SJEWTSJENKO, in openbare terechtzitting in de stad Kiew, behandelend hebbende de zaak van de onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden:

l. REYDON Evert Berthold, Nederlander van nationaliteit, gewoond hebbende in de stad Amsterdam, middelbaar onderwijs genoten hebbende, van beroep scheepswerktuigkundige, niet eerder veroordeeld;

11. DE JAGER Louw, Nederlander van nationaliteit, gewoond hebbende in de stad Amsterdam, middelbaar onderwijs genoten hebbende, van beroep stuurman van de grote vaart, niet eerder veroordeeld,

- beschuldigd van het begaan van misdrijven als bedoeld in de art- 57 en 65 van het Wetboek van Strafrecht van de Oekraïense SSR, -

HEEFT VASTGESTELD:

REYDON en DE JAGER werden geronseld door de Nederlandse Inlichtingen Dienst, de eerste in 1957 en de tweede in 1959, in de hoedanigheid van geheime agenten voor spionage tegen de U.S.S.R. en de landen van het socialistische kamp, ten behoeve van het agressieve Noord-Atlantische blok (NATO). Aan Reydon werd het pseudoniem 'Reynders' toegekend.

Na de noodzakelijke scholing te hebben ontvangen en na voorzien te zijn van fotoapparatuur, bezochten REYDON en DE JAGER, werkzaam op schepen van de Nederlandse koopvaardijvloot in de jaren 1957 tot 1959 enkele havens van de Sowjet Unie, de Poolse en de Chinese volksrepublieken, alwaar zij inlichtingen verzamelden welke de inlichtingendienst interesseerden.

Zo bezocht REYDON in maart en april 1957 de Poolse haven Gdansk en de Sowjetrussische havens Klajpeda en Wentspils, en in juni en augustus 1958 de Sowjetrussische havens Mezenj en Archangeljsk, in dewelke hij via fotografering en waarneming spionagegegevens verzamelde betreffende de zich in de havens bevindende oorlogsschepen en betreffende haveninstallaties.
DE JAGER verzamelde in de herfst van 1959 ten tijde van zijn bezoek aan de haven van Sjanghai eveneens door middel van fotografering en waarneming spionagegegevens over de haveninstallaties en de zich in de haven bevindende oorlogsschepen van de Chinese Volksrepubliek.

Na terugkeer in Nederland werden de inlichtingen-gegevens betreffende genoemde militaire en industriële objecten door REYDON en DE JAGER overgedragen aan vertegenwoordigers van de inlichtingendienst in de stad Rotterdam en door REYDON bovendien nog aan de agenten van de inlichtingendienst in de Britse havens Liverpool en Londen. Voor het uitvoeren van de opdrachten ontving REYDON herhaaldelijk van het inlichtingenorgaan een geldelijke beloning.
In mei 1961 werd aan REYDON en DE JAGER door de inlichtingendienst het voorstel gedaan om naar de Sowjet Unie te gaan voor het verzamelen van inlichtingen over de ligplaatsen van raketinstallaties, defensieondernemingen, dislocatie en karakteristiek van militaire onderdelen, transport van speciale vrachten, ligplaats van transport- en andere belangrijke objecten.
Met dat doel doorliepen REYDON en DE JAGER in de maanden mei, juni en juli van het jaar 1961 in de steden Amsterdam en den Haag een speciale opleiding en, na door vertegenwoordigers van het inlichtingenorgaan voorzien te zijn van enkele fotoapparaten en fototoebehoren, telelenzen en verrekijkers, alsmede van een groot bedrag aan geld, vertrokken zij op 15 juli 1961 onder het mom van autotoeristen met de auto van DE JAGER naar de Sowjet Unie.

Tijdens hun doorreis door het grondgebied van de Tsjecho-Slowaakse Socialistische Republiek fotografeerden zij voor spionagedoeleinden industriële ondernemingen, speciale militaire auto's, hoogspanningsleidingen, afzonderlijke trajecten van autowegen en andere objecten.
Na op 21 juli 1961 in de Sowjet Unie te zijn aangekomen, en de route volgende welke tevoren was overeengekomen met het inlichtingenorgaan dat hen gedirigeerd had, verzamelden REYDON en DE JAGER van 21 juli tot 19 augustus 1961 door middel van visuele waarneming en fotograferen op het grondgebied van de Oekraïense S.S.R. spionagegegevens aangaande de dislocatie en karakteristiek van Sowjetrussische militaire onderdelen, de dislocatie van vliegvelden en radarinstallaties, ligplaatsen van industriële ondernemingen waar militair materieel wordt vervaardigd; van hoogspanningsleidingen; van de toestand van de hoofdverkeerswegen; zij fotografeerden militaire auto-colonnes, speciale militaire voertuigen, oorlogsschepen, militaire vliegtuigen, spoorwegmateriaal en verzamelden andere gegevens, welke een defensie-betekenis hebben, langs de gehele route welke zij volgden.
REYDON en DE JAGER noteerden de verzamelde gegevens in een reisdagboek. Met het doel deze spionagegegevens buiten de U.S.S.R. te brengen voor een volgende overdracht daarvan aan het inlichtingenorgaan, maskeerden zij de door hen belichte films als ongebruikte films met de fabrieksverpakking, terwijl DE JAGER het reisdagboek en de aantekeningen op afzonderlijke vellen, en het journaal met de bijschriften bij de films verborg in een speciaal daarvoor geschikt gemaakte zwembroek die hij aanhad.
Op 19 augustus 1961 werden genoemde reisdagboek journaal en films bij de uitreis van REYDON en DE JAGER uit de Sowjet Unie na douaneonderzoek bij hen in beslag genomen.
Na het ontwikkelen van de films bleken op 30 daarvan militaire en industriële objecten in de U.S.S.R. en Tsjecho-Slowakije opgenomen te zijn, en bij bestudering van de aantekeningen kwamen gegevens aan het licht over militaire en industriële objecten van het fotograferen, alsmede andere inlichtingen van spionagekarakter. Bij de aanhouding van REYDON en DE JAGER werden bij hen 4 fototoestellen in beslag genomen, een telelens, een draagbare flitslamp, twee verrekijkers, een kompas en een radio ontvangapparaat.
Volgens de conclusie van de expertise vormen de door REYDON en DE JAGER op het grondgebied van de U.S.S.R. verzamelde gegevens een staats- en militair geheim van de Sowjet Unie.
De tijdens de terechtzetting ondervraagde verdachten REYDON en DE JAGER hebben volledig bekend schuldig te zijn aan het bedrijven van de misdaden uiteengezet in het onderhavige vonnis, en hebben verklaard dat zij bij het verzamelen van de inlichtingen van spionagekarakter begrepen dat zij handelden in strijd met de wetten der U.S.S.R. Hun schuld is bovendien bevestigd door de aanwijzingen van de door de rechtbank ondervraagde getuigen:
MARTYNOW, JORKIN, ZAWIZION, ZENIKOW, KOZJAJEW en GRIGOROW, alsmede door de stukken van overtuiging en de conclusie van de expertises.
Op grond van het uiteengezette heeft het militair tribunaal REYDON en DE JAGER schuldig bevonden aan spionage, gericht op het toebrengen van schade aan de belangen van de Unie van Socialistische Sowjet Republieken en andere arbeidersstaten, d.w.z. aan het begaan van misdrijven als bedoeld in de art- 57 en 65 van het Wetboek van Strafrecht der Oekraïense S.S.R.
Gelet op de art- 393 en 324 van het Wetboek van Strafvordering en art. 25 van het Wetboek van Strafrecht van de Oekraïense S.S.R.

VEROORDEELDE:

REYDON, Evert Berthold, en DE JAGER, Louw, wegens het gehele complex van de door hen begane misdrijven, op grond van art. 57 van het Wetboek van Strafrecht der Oekraïense S.S.R., tot een vrijheidsontneming voor de duur van dertien (13) jaar elk, waarvan de eerste 6 jaar door te brengen in een gevangenis, en de volgende 7 jaar in een correctieve werkkolonie, met verzwaard regiem voor elk der veroordeelden.
De corpora delicti in deze zaak, als opgesomd in de punten 1-12 van de beschikking op blad 252 (deel IV) van de zaak, en als opgesomd in de punten 21 -2 2 van dezelfde beschikking (blad 253 van de zaak): te confisceren. De corpora delicti, als opgesomd in de punten 14-20 van de beschikking (blad 253 van de zaak): bij het dossier te laten; hetgeen is opgesomd in punt 13 van de beschikking (zwembroek): te vernietigen.
DepersoonlijkebezittingenvanREYD0NenDEJAGER te confisceren ten bate van de staat.
De straftijd door de veroordeelden uit te zitten, te rekenen met inachtneming van het voorarrest tot aan het proces, vanaf 19 augustus 1961. De opsluitingsmaatregel te handhaven tot het moment waarop het vonnis kracht van wet krijgt, in dier voege dat de veroordeelden in verzekerde bewaring blijven.
Tegen het vonnis kan beroep in cassatie worden aangetekend bij het Militair College van het Opperste Gerechtshof der U.S.S.R. in de loop van zeven etmalen vanaf het ogenblik van overhandiging van een kopie van het vonnis aan de veroordeelden, door tussenkomst van het Militair Tribunaal van het Kiew Militair District.
Het origineel droeg de vereiste handtekeningen.

Terug naar Books by Haylitt Retief   |-|  Vervolg van dit boek (deel 10)

Copyright Haylitt Retief & Evert Reydon  ©