
Wij hebben de tekst van het artikel boven voor u op een leesbare manier hieronder gezet.
De invloed van het onderwatermilieu op de taakuitvoering.
Voorlopig doet Nederland aan de techniek van het bemande onderwateronderzoek blijkbaar
vrijwel niet mee. Naast de zuiver technische kant spelen echter nog andere factoren een
rol. Genoemd werden reeds de typisch fyiologische problemen. Maar er bestaat ook een
probleemgebied in deze onderwaterwereld dat nog moeilijker onder een noemer te brengen
valt. Het gedrág van de mens onder water. Met name gaat het dan om de wijze waarop hij
verschillende taken uitvoert. Wij noemden het reeds onderwaterergonomie. Hieraan is in het
buitenland verhoudingsgewijs nog niet zo veel aandacht besteed. Het blijkt wel dat er vele
factoren zijn die het voor de mens moeüijk maken onder water te werken. Genoemd werden
het slechte zicht, het toxisch effect van lucht onder hoge druk, de koude. Van het
vijandige onderwatermilieu gaat ook een psychologische bedreiging uit. Verschillende van
deze factoren béinvloeden de hogere hersenfuncties nadelig. In het algemeen kan men
stellen dat hierdoor de capaciteit van de mens om zijn gedrag bewust te sturen zal worden
aangetast. Het is van belang de vermindering van deze capaciteit te kunnen meten op een
eenvoudige, maar exacte manier welke toch generalisatie naar complexere situaties mogelijk
maakt. Het Laboratorium voor Ergonomische Psychologie TNO houdt zich met dit soort
problemen bezig.
Keuzecapaciteit als indicator voor het gedrag
Bij het bewust sturen van het gedrag speelt het maken van keuzen een belangrijke rol.
Vandaar dat een instrument werd ontwikkeld dat hierop de nadruk legt. Voor een taak
waarbij mensen steeds keuzen moeten maken wordt een binaire keuzegenerator gebruikt. Deze
keuze bestaat uit het indrukken van een linker knop of een rechter knop als reactie op de
intensiteit van een lampje dat fel of zwak kan branden. De linker knop moet worden
ingedrukt als het lampje zwak brandt, de rechter knop als het lampje fel brandt. Het
lampje zit vlak boven de knoppen.
De proefpersoon krijgt de instructie zo snel en accuraat mogelijk te werken. Hij kan z'n
eigen tempo bepalen omdat het lampje pas van intensiteit verandert als de proefpersoon op
een vorige intensiteitsverandering heeft gereageerd. De reacties worden op een magneetband
vastgelegd zodat directe computerverwerking mogelijk is. Men kan de foute reacties van de
goede onderscheiden. Wanneer het reactiepatroon op een papierschrijver wordt uitgeschreven
kan precies worden gezien hoe de proefpersoon over een bepaalde periode gereageerd heeft.
Men kan z'n werksnelheid er uit aflezen en schommelingen hierin zijn duidelijk te zien. Zo
heeft men dan een continue visuele representatie van de keuzecapaciteit. Uit het
voorgaande kan worden geconcludeerd dat men zich op het standpunt kan stellen dat nu een
gekwantificeerd beeld gegeven is van een voorwaarde tot geordend denken en handelen met
een afgeleide maat.
Met deze methode wordt door het laboratorium gewerkt in verschillende complexe
praktijksituaties. Bijvoorbeeld bij vliegers in de lucht of in vluchtsimulatoren,
verkeersleiders op Schiphol, brandweerlieden op Magyrus ladders. De beschreven techniek
werd ook aangepast voor gebruik onderwater. Vervolgens werden proefnemingen gedaan bij de
Koninklijke Marine en in de Sloterplas.
Onderwateronderzoek van het Laboratorium voor Ergonomische Psychologie TNO
Bij de Koninklijke Marine werd medewerking verleend door de duikschool op Harer Majesteits
Soemba. Deze stelde schepen met kikvorsmannen beschikbaar, waarmee op de Noordzeebodem
proeven werden gedaan.
Op een bepaald punt, met een diepte van 20 meter, werd het anker uitgeworpen en daalden de
kikvorsmannen langs lijnen naar beneden. De registratieapparatuur stond op de brug. Het
apparaatje waar het lampje op zat met daaronder de drukknoppen werd op de bodem
vastgemaakt.
Het was door middel van een elektrische kabel met de registratieapparatuur op het schip
verbonden. Vóór de afdaling werd bij de duikers bepaald hoe hun prestatie was in rust en
vervolgens met ingehouden adem (30 seconden). Deze registraties werden vervolgens op de
zeebodem herhaald. Voor de registratie met ingehouden adem moest de kikvorsman zijn
mondstuk uitdoen. Deze situatie was gevaarlijk, daar wanneer er moeilijkheden waren
ontstaan bij het weer innemen van het mondstuk, de man (die toch al in ademnood verkeerde)
snel omhoog had gemoeten. Dit is altijd een gevaarlijke procedure. Verondersteld werd dat
de bekendheid met dit gevaar een effect zou hebben op de keuzecapaciteit.
Het meten van de keuzecapaciteit tijdens ontsnapping uit een onderwaterhuis
De proeven vanuit de duikerklok werden gedaan op de Sloterplas. Hier staat, op ca. 15
meter diepte, het onderwaterhuis de Cockelbockel (eigendom van de Amsterdamse
duikvereniging O.J.C.). Bij de proeven werd medewerking verleend door de Stichting
Duikresearch. Met de beschreven methode werd onderzocht wat het effect was van het zich in
de klok bevinden. Vervolgens werden noodontsnappingen gemaakt. Hierbij moesten de duikers,
met achterlating van hun duikapparatuur uit de klok ontsnappen (een zogenaamde 'Free
escape'). De moeüijkheid van de 'free escape' is, dat tijdens de reis naar het
wateroppervlak een grote drukverandering plaatsvindt. De duikers kunnen dus niet pijlsnel
omhoog schieten. Aan de andere kant hebben zij geen lucht en komen dus in ademnood. Het is
dan ook een moeilijke situatie. In deze situatie (dus tijdens de opstijging) moesten zij
bovendien de binaire keuzetaak verrichten. Zij namen daartoe het lampjesapparaat in de
hand mee naar boven. Zo kon worden geregistreerd hoeveel keuzecapaciteit zij onder deze
omstandigheden nog over hadden. Deze proeven illustreren wel de flexibiliteit van deze
methode.
Er zijn ons geen andere onderzoeken bekend waarbij onder vergelijkbare omstandigheden de
keuzecapaciteit kan worden bepaald.
Vanzelf sprekend waren bij deze proeven uitgebreide veiligheidsmaatregelen genomen. Zij
werden van de kant af
medisch begeleid. Er was een recompressie-tank aanwezig voor noodgevallen en er werd
slechts met zeer geoefende duikers gewerkt. Bovendien was de in de klok aanwezige
psycholoog (experimentator) een ervaren duiker die gewend is proeven te doen met mensen
onder extreme spanningen.
Aan de wal stond een communicatiecentrum dat zorgde voor contact tussen de klok, de wal en
een boven de klok drijvende speedboot waarin de registratie-apparatuur stond opgesteld.
Daar het winter was werden de proeven vaak pas in het donker beëindigd. De
experimentator, die uren lang in de klok had gezeten, moest dan in het donker zijn
decompressieplafonds maken. Op de laatste dag was de vochtigheid van de lucht buiten
zodanig dat deze beneden in de klok beneden het dauwpunt kwam waardoor zich een dikke mist
vormde.
Wellicht zijn juist ons vaak sombere weer en het troebele water er de hoofdoorzaak van dat
het bemande onderwateronderzoek in Nederland op de achtergrond is geraakt. Niet voor niets
staan de meeste onderwaterhuizen in warme blauwe zeeën met een overvloed aan exotische
vis. Het zijn vaak de verslaafden aan dit soort werelden die hartstochtelijk pogen immer
terug te keren in dit domein en er dan hun beroep van maken. Het is niet verwonderlijk dat
mensen zich toeleggen op wat zij graag doen. Maar hoewel het schilderachtige decor dan
voor velen misschien een stimulans is geweest om te beginnen, waardoor het
onderwateronderzoek in eerste instantie op gang is gebracht, vasthouden aan deze
associatie is te vergelijken met het associëren van de Amerikaanse prairie met Winnetou
en Old Shatterhand in plaats van met boortorens. Hoezeer wij ook kunnen verlangen naar de
fictie, wij hebben te maken met de werkelijkheid.
return to: index "International Participation's, Congresses and Projects"