Tnopublic1.gif (499122 bytes)

PUBLI732.GIF (415868 bytes)

Wij hebben de tekst van het artikel boven voor u op een leesbare manier hieronder gezet.

De invloed van het onderwatermilieu op de taakuitvoering.

Voorlopig doet Nederland aan de techniek van het bemande onderwateronderzoek blijkbaar vrijwel niet mee. Naast de zuiver technische kant spelen echter nog andere factoren een rol. Genoemd werden reeds de typisch fyiologische problemen. Maar er bestaat ook een probleemgebied in deze onderwaterwereld dat nog moeilijker onder een noemer te brengen valt. Het gedrág van de mens onder water. Met name gaat het dan om de wijze waarop hij verschillende taken uitvoert. Wij noemden het reeds onderwaterergonomie. Hieraan is in het buitenland verhoudingsgewijs nog niet zo veel aandacht besteed. Het blijkt wel dat er vele factoren zijn die het voor de mens moeüijk maken onder water te werken. Genoemd werden het slechte zicht, het toxisch effect van lucht onder hoge druk, de koude. Van het vijandige onderwatermilieu gaat ook een psychologische bedreiging uit. Verschillende van deze factoren béinvloeden de hogere hersenfuncties nadelig. In het algemeen kan men stellen dat hierdoor de capaciteit van de mens om zijn gedrag bewust te sturen zal worden aangetast. Het is van belang de vermindering van deze capaciteit te kunnen meten op een eenvoudige, maar exacte manier welke toch generalisatie naar complexere situaties mogelijk maakt. Het Laboratorium voor Ergonomische Psychologie TNO houdt zich met dit soort problemen bezig.

Keuzecapaciteit als indicator voor het gedrag

Bij het bewust sturen van het gedrag speelt het maken van keuzen een belangrijke rol. Vandaar dat een instrument werd ontwikkeld dat hierop de nadruk legt. Voor een taak waarbij mensen steeds keuzen moeten maken wordt een binaire keuzegenerator gebruikt. Deze keuze bestaat uit het indrukken van een linker knop of een rechter knop als reactie op de intensiteit van een lampje dat fel of zwak kan branden. De linker knop moet worden ingedrukt als het lampje zwak brandt, de rechter knop als het lampje fel brandt. Het lampje zit vlak boven de knoppen.
De proefpersoon krijgt de instructie zo snel en accuraat mogelijk te werken. Hij kan z'n eigen tempo bepalen omdat het lampje pas van intensiteit verandert als de proefpersoon op een vorige intensiteitsverandering heeft gereageerd. De reacties worden op een magneetband vastgelegd zodat directe computerverwerking mogelijk is. Men kan de foute reacties van de goede onderscheiden. Wanneer het reactiepatroon op een papierschrijver wordt uitgeschreven kan precies worden gezien hoe de proefpersoon over een bepaalde periode gereageerd heeft. Men kan z'n werksnelheid er uit aflezen en schommelingen hierin zijn duidelijk te zien. Zo heeft men dan een continue visuele representatie van de keuzecapaciteit. Uit het voorgaande kan worden geconcludeerd dat men zich op het standpunt kan stellen dat nu een gekwantificeerd beeld gegeven is van een voorwaarde tot geordend denken en handelen met een afgeleide maat.
Met deze methode wordt door het laboratorium gewerkt in verschillende complexe praktijksituaties. Bijvoorbeeld bij vliegers in de lucht of in vluchtsimulatoren, verkeersleiders op Schiphol, brandweerlieden op Magyrus ladders. De beschreven techniek werd ook aangepast voor gebruik onderwater. Vervolgens werden proefnemingen gedaan bij de Koninklijke Marine en in de Sloterplas.

Onderwateronderzoek van het Laboratorium voor Ergonomische Psychologie TNO

Bij de Koninklijke Marine werd medewerking verleend door de duikschool op Harer Majesteits Soemba. Deze stelde schepen met kikvorsmannen beschikbaar, waarmee op de Noordzeebodem proeven werden gedaan.
Op een bepaald punt, met een diepte van 20 meter, werd het anker uitgeworpen en daalden de kikvorsmannen langs lijnen naar beneden. De registratieapparatuur stond op de brug. Het apparaatje waar het lampje op zat met daaronder de drukknoppen werd op de bodem vastgemaakt.
Het was door middel van een elektrische kabel met de registratieapparatuur op het schip verbonden. Vóór de afdaling werd bij de duikers bepaald hoe hun prestatie was in rust en vervolgens met ingehouden adem (30 seconden). Deze registraties werden vervolgens op de zeebodem herhaald. Voor de registratie met ingehouden adem moest de kikvorsman zijn mondstuk uitdoen. Deze situatie was gevaarlijk, daar wanneer er moeilijkheden waren ontstaan bij het weer innemen van het mondstuk, de man (die toch al in ademnood verkeerde) snel omhoog had gemoeten. Dit is altijd een gevaarlijke procedure. Verondersteld werd dat de bekendheid met dit gevaar een effect zou hebben op de keuzecapaciteit.

Het meten van de keuzecapaciteit tijdens ontsnapping uit een onderwaterhuis

De proeven vanuit de duikerklok werden gedaan op de Sloterplas. Hier staat, op ca. 15 meter diepte, het onderwaterhuis de Cockelbockel (eigendom van de Amsterdamse duikvereniging O.J.C.). Bij de proeven werd medewerking verleend door de Stichting Duikresearch. Met de beschreven methode werd onderzocht wat het effect was van het zich in de klok bevinden. Vervolgens werden noodontsnappingen gemaakt. Hierbij moesten de duikers, met achterlating van hun duikapparatuur uit de klok ontsnappen (een zogenaamde 'Free escape'). De moeüijkheid van de 'free escape' is, dat tijdens de reis naar het wateroppervlak een grote drukverandering plaatsvindt. De duikers kunnen dus niet pijlsnel omhoog schieten. Aan de andere kant hebben zij geen lucht en komen dus in ademnood. Het is dan ook een moeilijke situatie. In deze situatie (dus tijdens de opstijging) moesten zij bovendien de binaire keuzetaak verrichten. Zij namen daartoe het lampjesapparaat in de hand mee naar boven. Zo kon worden geregistreerd hoeveel keuzecapaciteit zij onder deze omstandigheden nog over hadden. Deze proeven illustreren wel de flexibiliteit van deze methode.
Er zijn ons geen andere onderzoeken bekend waarbij onder vergelijkbare omstandigheden de keuzecapaciteit kan worden bepaald.

Vanzelf sprekend waren bij deze proeven uitgebreide veiligheidsmaatregelen genomen. Zij werden van de kant af
medisch begeleid. Er was een recompressie-tank aanwezig voor noodgevallen en er werd slechts met zeer geoefende duikers gewerkt. Bovendien was de in de klok aanwezige psycholoog (experimentator) een ervaren duiker die gewend is proeven te doen met mensen onder extreme spanningen.
Aan de wal stond een communicatiecentrum dat zorgde voor contact tussen de klok, de wal en een boven de klok drijvende speedboot waarin de registratie-apparatuur stond opgesteld.
Daar het winter was werden de proeven vaak pas in het donker beëindigd. De experimentator, die uren lang in de klok had gezeten, moest dan in het donker zijn decompressieplafonds maken. Op de laatste dag was de vochtigheid van de lucht buiten zodanig dat deze beneden in de klok beneden het dauwpunt kwam waardoor zich een dikke mist vormde.
Wellicht zijn juist ons vaak sombere weer en het troebele water er de hoofdoorzaak van dat het bemande onderwateronderzoek in Nederland op de achtergrond is geraakt. Niet voor niets staan de meeste onderwaterhuizen in warme blauwe zeeën met een overvloed aan exotische vis. Het zijn vaak de verslaafden aan dit soort werelden die hartstochtelijk pogen immer terug te keren in dit domein en er dan hun beroep van maken. Het is niet verwonderlijk dat mensen zich toeleggen op wat zij graag doen. Maar hoewel het schilderachtige decor dan voor velen misschien een stimulans is geweest om te beginnen, waardoor het onderwateronderzoek in eerste instantie op gang is gebracht, vasthouden aan deze associatie is te vergelijken met het associëren van de Amerikaanse prairie met Winnetou en Old Shatterhand in plaats van met boortorens. Hoezeer wij ook kunnen verlangen naar de fictie, wij hebben te maken met de werkelijkheid.

return to:   index "International Participation's, Congresses and Projects"